Opvolger salderingsregeling zonnepaneelhouders komt er voorlopig niet

Zonnepanelen 1 aangepast

Opvolger salderingsregeling zonnepaneelhouders komt er voorlopig niet

De huidige salderingsregeling voor zonnepaneelhouders blijft voorlopig bestaan. U mag als zonnepaneelhouder de opgewekte stroom die u aan het stroomnet teruggeeft volledig blijven aftrekken van uw eigen stroomverbruik. Vanaf 2025 zou u nog slechts 64% van de teruggeleverde stroom mogen salderen met de verbruikte stroom. Dit percentage zou tot en met 2030 aflopen tot 28%. Vanaf 2031 zou saldering helemaal niet meer mogelijk zijn. De Eerste Kamer heeft echter het wetsvoorstel waarin dit was geregeld, verworpen. De Eerste Kamer voorzag nog te veel praktische knelpunten. Bovendien bestaat de vrees dat de nieuwe regeling de prikkel om te investeren in zonnepanelen wegneemt.

Tip

Uw slimme meter kan de levering en teruglevering van elektriciteit aan het net afzonderlijk meten.

Minder aftrek gemengde kosten in de vennootschapsbelasting

wijn geschenk aangepast

Minder aftrek gemengde kosten in de vennootschapsbelasting

De aftrekbaarheid van gemengde kosten is beperkt als een rechtspersoon één of meer werknemers in dienst heeft. De aftrekbeperking geldt voor de kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten en voor de kosten van congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen. Vormen deze kosten echter loon voor de werknemer, dan zijn ze integraal aftrekbaar. Zijn de kosten geen loon, dan zijn ze pas aftrekbaar als een drempelbedrag wordt overschreden. Dit drempelbedrag is sinds 1 januari 2024 verhoogd van € 5.100 naar € 5.600. Als 0,4% van het loon van de werknemers hoger is dan dit bedrag, geldt het hogere bedrag als niet-aftrekbaar drempelbedrag.

Tip
Uw bv kan ook gebruikmaken van een alternatief. Zij kan dan 73,5% van de gemengde kosten in aftrek brengen.

Minder aftrek gemengde kosten in de inkomstenbelasting

congres

Minder aftrek gemengde kosten in de inkomstenbelasting

Er zijn kosten die u voor uw onderneming maakt, maar waarin ook een privé-element zit. Dit zijn de gemengde kosten. Hieronder vallen de kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten en de kosten van congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen. Gemengde kosten zijn pas aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als een drempelbedrag wordt overschreden. Dit drempelbedrag is sinds 1 januari 2024 verhoogd van € 5.100 naar € 5.600.

Tip
U kunt ook gebruikmaken van een alternatief. U mag er namelijk ook voor kiezen om 80% van de gemengde kosten in aftrek te brengen.

Begin tijdig met aflossen schulden en voorkom box-2-belasting

Rekenmachine aangepast

Begin tijdig met aflossen schulden en voorkom box-2-belasting

Per 1 januari 2024 is de grens waarboven u over schulden bij uw eigen bv box 2-belasting moet betalen, fors omlaag gegaan van € 700.000 naar € 500.000. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de eigenwoningschuld bij uw bv. Let op: is deze schuld afgesloten ná 31 december 2022, dan geldt deze uitzondering alleen als u een hypotheekrecht hebt verstrekt aan uw bv. Onder   eigenwoningschuld valt in dit verband alleen de schuld die u bent aangegaan voor de woning die u als hoofdverblijf gebruikt. Bedragen de overige schulden aan uw eigen bv tussen de € 500.000 en € 700.000, dan zult u (ook) dit jaar moeten aflossen op deze schulden om aan de box-2-belasting te ontkomen. U hebt hiervoor in beginsel nog elf maanden de tijd, want eind 2024 controleert de Belastingdienst de schuldenlast bij uw eigen bv.

 Tip

Gaat u een eigenwoningschuld aan met uw eigen bv, zorg er dan voor dat u een hypotheekrecht verstrekt aan uw bv. Anders valt deze schuld niet onder de uitzondering!

Definitieve rendementspercentages box 3 voor 2023 vastgesteld

teken 4 aangepast

Definitieve rendementspercentages box 3 voor 2023 vastgesteld

De definitieve forfaitaire rendementspercentages 2023 voor de categorieën ‘bank- en spaartegoeden’ en ‘schulden’ zijn vastgesteld op 0,92% respectievelijk 2,46%. Deze percentages waren voorlopig vastgesteld op 0,36% respectievelijk 2,57%. Het forfaitaire rendementspercentage over 2023 voor de ‘overige bezittingen’ was al definitief vastgesteld op 6,17%. Het grote verschil tussen het voorlopige rendementspercentage voor ‘bank- en spaartegoeden’ over 2023 (0,36%) en het definitieve percentage (0,92%), kan aanleiding zijn om actie te ondernemen. Bij de vaststelling van de voorlopige aanslag IB 2023 is namelijk met het lage voorlopige percentage rekening gehouden. Heeft u bank- en spaartegoeden die fors boven het heffingvrije vermogen (€ 57.000 per belastingplichtige / € 114.000 fiscale partners) uitkomen, laat dan controleren of het nodig is om een nadere voorlopige aanslag aan te vragen. Zo voorkomt u dat u belastingrente moet betalen over de bij te betalen inkomstenbelasting.

Tip

Laat controleren of het nodig is om een nadere voorlopige aanslag aan te vragen voor 2023 en voorkom belastingrente.

Tijd dringt voor aanleveren gegevens verkopers op uw digitale platform

Laptop notities

Tijd dringt voor aanleveren gegevens verkopers op uw digitale platform

Exploiteert u een digitaal platform in Nederland of faciliteert u Nederlandse gebruikers? Dan moet u jaarlijks informatie opvragen, verifiëren en vastleggen over verkopers of verhuurders die via uw platform inkomsten verwerven. Vervolgens moet u deze informatie aanleveren bij de Belastingdienst. Voor 2023 geldt deze rapportageplicht uitsluitend voor verkopers/verhuurders die dat jaar voor het eerst inkomsten verwierven via uw platform. Deze gegevens moet u uiterlijk 31 januari 2024 aanleveren bij de Belastingdienst. De gerapporteerde gegevens kunnen worden gebruikt voor zowel de inkomstenbelasting als de btw. Plaatst uw platform uitsluitend advertenties of verwijst het gebruikers alleen door naar een platform of verwerkt uw platform alleen betalingen? Dan geldt de verplichting niet.

Tip

Voldoe tijdig aan deze rapportageplicht. Niet voldoen aan deze verplichting leidt tot hoge boetes.

Vanaf 2024 bent u overigens verplicht te rapporteren over de (transactie)gegevens van alle verkopers op uw platform.

Eigen bijdrage bij aankoop arbovoorziening thuiswerkplek

Eigen bijdrage bij aankoop arbovoorziening thuiswerkplek

In 2022 kunt u – als het Prinsjesdagvoorstel wordt aangenomen – een onbelaste thuiswerkvergoeding van € 2 per dag aan uw werknemers betalen voor hun thuiswerkkosten. Maar u kunt nu al gebruikmaken van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen, bijvoorbeeld een ergonomische bureaustoel en een ergonomisch bureau. Op voorwaarde dat de arbovoorzieningen zijn gebaseerd op de verplichtingen die u heeft in de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. In de Arbowet staat dat u geen bijdrage voor deze voorzieningen mag vragen aan uw werknemers. Toch kunt u deze gerichte vrijstelling toepassen als uw werknemer kiest voor een duurdere uitvoering van de arbovoorziening en slechts een bijdrage uit zijn nettoloon betaalt voor de meerprijs. De Belastingdienst heeft dit bevestigd.

Tip

De gerichte vrijstelling is niet van toepassing als u de arbovoorziening volledig of gedeeltelijk uitruilt met het brutoloon in een cafetariaregeling. De werknemer betaalt dan immers een eigen bijdrage voor de voorziening. Maar kiest uw werknemer voor een duurdere uitvoering van de arbovoorziening en wordt slechts de meerprijs uitgeruild met het brutoloon, dan mag dat wel. U moet dan wel de vergoeding aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste van uw vrije ruimte brengen. De gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen is immers in dit geval niet van toepassing op de meerprijs.

Einde btw-coronamaatregelen nadert

Einde btw-coronamaatregelen nadert

De btw-coronamaatregelen eindigen op 1 oktober 2021. Dat wil zeggen dat er dan een einde komt aan het btw-nultarief op mondkapjes, de btw-vrijstelling voor de uitleen van zorgpersoneel en het btw-nultarief op COVID-19 vaccins en -testkits. Vanaf 1 oktober a.s. geldt weer de reguliere btw-wetgeving voor deze goederen en diensten. Bij de inkoop zal u de btw-aftrek weer moeten bepalen op basis van gebruik voor belaste of vrijgestelde medische diensten. Ook zult u dan bij de verkoop weer het te hanteren btw-tarief moeten bepalen.

Tip

Zorg dat u uw administratie aanpast op deze terugkeer naar normaal.

Tijd dringt voor aanvraag NOW 4.0

Tijd dringt voor aanvraag NOW 4.0

Het loket voor de aanvragen van NOW-subsidie voor de periode juli tot en met september 2021 sluit op 30 september 2021. De tijd begint dus te dringen als u nog gebruik wilt maken van deze tegemoetkoming in de loonkosten. Om voor de NOW-subsidie in aanmerking te komen moet u een minimaal omzetverlies hebben van 20%. Ten opzichte van eerdere aanvraagperiodes zijn er enkele belangrijke verschillen. U kunt in de laatste NOW-periode maximaal 80% omzetverlies opvoeren in uw aanvraag, ook als uw werkelijke omzetverlies groter is. Het omzetverlies was in de eerdere aanvraagperiodes niet gemaximeerd. Ten opzichte van de vorige aanvraagperiode is de referentiemaand februari 2021 geworden in plaats van juni 2020.

Tip

De NOW-regeling is een complexe regeling, zo is gebleken. Wilt u voor de periode juli tot en met september NOW-subsidie aanvragen, vraag dan uw adviseur om u daarbij te helpen.

 

Meer tijd voor vaststellingsverzoek TVL Q1

Meer tijd voor vaststellingsverzoek TVL Q1

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (Q1)? In dat geval hebt u inmiddels een mail van de RVO ontvangen met het verzoek om het definitieve bedrag van de TVL Q1 vast te laten stellen. U had daarvoor nog tot 1 oktober a.s. de tijd, maar de aanvraagtermijn is onlangs met zes weken verlengd. U moet het vaststellingsverzoek nu uiterlijk op 12 november 2021 hebben ingediend. U gaat hiervoor naar mijn.rvo.nl/tvl en vervolgens naar ‘Aanvraag Beheren’. In het vaststellingsformulier geeft u de werkelijke omzet in het eerste kwartaal aan. Dit formulier heeft de RVO al grotendeels ingevuld met behulp van gegevens van de Belastingdienst. Bent u het met de ingevulde gegevens eens, dan kunt u akkoord geven. Zo niet, dan past u de gegevens aan.

 Tip

Zorg dat u de juiste bewijsstukken bijvoegt. Dit verkort de afhandelingsduur.